Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

De mutatie van de KOE
0 Reacties
© Koen Broos
© Koen Broos © Koen Broos
kunst

De mutatie van de KOE

In seizoen 2021-2022 brengt de Brakke Grond de KOE naar Amsterdam. Herlees hier het stuk dat wij publiceerden bij de 25ste verjaardag van dit theatergezelschap, bestaande uit Willem de Wolf, Peter Van den Eede en Natali Broods. In 2022 fuseert de KOE met Hof van Eede tot DE HOE.

“Het leven is één groot, absurd circus waar we knettergek van worden. Daarom hebben we politiek en moraal en religie en kunst nodig. Om het leven draaglijk te maken.”

Uit: Olga van Tsjechov.

Er is iets gebeurd bij theatercompagnie De Koe. Na vijfentwintig jaar klinkt de stem van het gezelschap opeens enigszins anders. Sinds Willem De Wolf, Natalie Broods en Peter Van den Eede de vaste kern uitmaken, volgt de ene ophefmakende voorstellingen na de andere: Witroodzwart (2011, vier uur theater) wordt al vier seizoenen opnieuw geprogrammeerd; Olga (2013,Tsjechov meesterlijk geïmiteerd) werd geselecteerd voor het Theaterfestival 2014; en bij de première in oktober van The Marx Sisters (2015) publiceerde uitgeverij Bebuquin meteen de theatertekst. Een schets van een geslaagde genetische transformatie.

Peter Van den Eede en Bas Teeken stichtten De Koe eind jaren tachtig. Ze wilden buiten de lijntjes kleuren. Er stond te veel geprefabriceerde logica op het toneel, vond Van den Eede, geen mensen zoals je ze naast het toneel ziet: vol tegenstellingen, onberekenbaar en inconsequent. Aanvankelijk werkten de acteurs nog grondige dramaturgieën uit, onderzochten de condition humaine van hun personages, hun leefwerelden, psychologische verhoudingen... Maar Van den Eede wilde dwars kunnen zijn, niet alles zo letterlijk analyseren. Daarom drong hij intuïtief binnen in de teksten, zocht een plastische benadering. “Zoals Van Gogh met geel en blauw en nog meer dissonante kleuren ertussendoor een bijzonder groen creëerde met veel dimensies erin.”

Door niet langer een personage te zijn, maar ermee te spelen, door erin en eruit te stappen, het te behandelen als een attribuut, schiep hij een soort eigen taal. Tegelijkertijd doorbrak Van den Eede de “vierde wand“ en bouwde contact op met het publiek (als geheel), én de toeschouwer (als individu apart). Ook aan de toeschouwer vraagt Van den Eede om plastisch en geduldig te kijken; niet te proberen alles te snappen, maar zich te laten gaan. Net als bij abstracte kunst of klassieke jazz, met de tekst als een partituur die je heel goed moet kennen, maar waarop je vrij kunt variëren. Spelers van De Koe geven constant de indruk te improviseren, maar dat doen ze niet. Af en toe draaien ze wel een zin om of spreken ze voor hun beurt, maar dat is juist het jazzy gegeven: ze laten elkaar struikelen om niet in gewoonte te vervallen. Het dwingt tot een soort van oplettendheid, een aanwezigheid hier en nu, ook met het publiek.

Ook de ironie is wezenlijk in de voorstellingen van De Koe. Fijnzinnige ironie maakt het gevoel niet kapot, weet Van den Eede. Dwaze humor doorbreekt en devalueert het denken – uit angst voor het nieuwe – maar superieure ironie herenigt juist het denken met het gevoel. Ze overstijgen elkaar in een nieuwe illusie. Lachen creëert afstand om beter te kijken. “Zonder ironie zijn we een kritiekloze massa bij de standpunten die worden ingenomen tijdens een betoog.” Op het toneel maakt Van den Eede zichzelf doelbewust belachelijk. Daarmee wil hij vermijden dat het te veel zou gaan over ces gens-là, de anderen – zoals wel gebeurt in de cynische of vette humor. Liever wil hij zijn eigen onvolkomenheden op het toneel uitspelen.

[Voor zijn 40ste verjaardag maakt de Brakke Grond portretten van bekende kunstenaars die een persoonlijke relatie met het Vlaams Cultuurhuis in Amsterdam hebben. Dit is het portret van de KOE]

https://www.youtube.com/embed/FBO2Wezj-UU

In vijfentwintig jaar passeerde een reeks acteurs en actrices bij De Koe. Maar dit lag vast in haar DNA: theater maken is theater kraken. Zodat je iets echts, lelijks, authentieks te zien krijgt. Toen sloot Natalie Broods zich aan bij de compagnie. Ze had een vrouwelijke intuïtie die in de compositie van de stukken vaak heel juiste, gevoelsmatige inzichten aanreikte. “Ze kan zichzelf zijn en is tegelijk zeer edel. En ze heeft gevoel voor humor: als we te ernstig of te ironisch bezig zijn ziet ze dat meteen.” Broods schrijft zelf niet, maar heeft een enorme invloed op wat blijft staan. In 2010 kwam Willem de Wolf erbij. Peter en Willem hadden elkaar leren kennen in Onomatopee, een coproductie van een aantal gezelschappen. Hij maakte zijn intrede bij De Koe met een magistrale monoloog: Krenz, over opkomst en ondergang van het communisme. De sobere scenografie werd geschraagd door een tekst die tegelijk de Oost-Duitse geschiedenis én De Wolfs eigen opvoeding in extreem links gedachtegoed wist te vatten.

Met De wederopbouw van het Westen, zette het driekoppige collectief de ontwikkeling van onze huidige westerse cultuur op het toneel: van het prille begin (Wit), tot de exuberante en perverse welvaartsstaat (Rood) ende bedreigende crisis (Zwart). Schrijven gebeurde door de twee acteurs, maar de eindtekst werd door alledrie in elkaar gezet. De trilogie werd eerst apart, later in één marathon gespeeld. Op het donkerste moment van Zwart wordt er prompt koffie geschonken: humor en warmte tegen de zwaarmoedigheid. En helemaal op het einde doen ze Le déjeuner sur l’herbe over. Manet zette het vastgeroeste academisme ermee een neus, zij illustreren olijk dat je nog altijd opnieuw kunt beginnen.

Olga werd geschreven op verzoek van Broods. Een Tsjechov-stuk zonder één zin van de Russische schrijver erin, maar alle ingrediënten zijn er: onmogelijke liefdes, vervlogen aspiraties en kleinmenselijk geploeter. De nieuwe voorstelling, The Marx Sisters, een coproductie met toneelgroep Stan, is van de hand van De Wolf. Maar schrijven gebeurt bij hem nooit volkomen autonoom: hij wil dat zijn teksten door de groep gedragen worden. Daarom leest hij tussen het redigeren voor, en kan iedereen commentaar geven, schrappen, herformuleren. Schrijven is bij De Koe teamwork. En dat werkt zeer goed.

Beide toneelschrijvers en -denkers, Van den Eede en De Wolf, kijken met een filosofische blik naar theater. De eerste meer vanuit metafysisch/poëtisch perspectief, de tweede politiek/pragmatisch. Van den Eede creëert geen psychologisch dilemma, hij wil geen punt maken, maar een spiegel tonen, en op het toneel een abstractie maken van de condition humaine door concrete ontregelingen op een zo idioot mogelijke manier. “Als we laten zien hoe dom we zelf zijn, herkent de toeschouwer dat ook. Anders zou ik toch weer tonen hoe intelligent ik ben, en dat is pretentieus.” Achteraf in het café mag bewondering klinken, vindt hij, maar als dat al in de zaal gebeurt, gaat het alleen om de virtuositeit, dan zit je weer aan de buitenkant. De buitenkant is virtuositeit van het ambacht: prachtig gedaan! Maar het moment zelf moet gaan om begoocheling – en bewondering en begoocheling gaan niet samen. Van den Eede haalt de Duits-Britse klassieke zangeres Elisabeth Schwarzkopf aan: in de Vier letzte Lieder van Richard Strauss flirt ze met waar ze (muzikaal) net niet meer aankan. Dat ontroert, terwijl de Amerikaanse klassieke zangeres Jessye Norman alleen maar virtuoos is.

Willem de Wolf ontrafelt van zijn kant elk thema vanuit zijn protestantse en communistische achtergrond. Almaar doorgravend en doordravend. Zijn concrete maatschappelijke thema’s vormen een tegenwicht voor het metafysische peilen van Van den Eede. Voor De Wolf is engagement vandaag juist heel belangrijk, en hij slaagt er ook in om over politieke onderwerpen te schrijven zonder moraliserend of pedagogisch te oreren. Misschien omdat hij zichzelf er toch ook bij betrekt, zoals zijn compagnon Van den Eede dat doet, met zijn eigen onwetendheid en falen. Maar bij De Wolf gebeurt het eerder op een inhoudelijke manier: doe ik het goed?

Ook in het spel leggen de acteurs andere accenten. Twintig jaar geleden had Van den Eede wellicht hun violen op elkaar willen afstemmen. “Vroeger corrigeerde ik acteurs, nu laat ik juist ieder in zijn eigenheid. We zoeken alle drie het verband al spelend op de scène.” Hun kritische inslag, eclectisme en ironie is wat hen dan weer verbindt. Noem het een postmoderne grondtoon. Maar ook valt bij allebei op dat hun intellectuele honger geen louter cerebraal zoeken inhoudt, en zeker nooit een pretentieuze betweterij, veeleer een warm menselijk “mededolen”.

Die licht afwijkende, maar parallelle verhoudingen komen duidelijk tot uiting in de recentste productie van De Koe. The Marx Sisters gaat over het ideologische erfgoed en het wedervaren van de twee dochters van Karl Marx. De ideeën van Marx zijn slechts de buitenkant, het politieke discours wordt overstegen door het in evenwicht te brengen met de vorm, de materie, zodat het je als toeschouwer raakt en vragen oproept. Voor De Wolf is dat de vraag hoe onzeker je mag zijn over een ideologie die je verdedigt, voor Van den Eede is dat veeleer het beklemmende besef dat je het leven speelt, dat je je gedraagt volgens bepaalde regels, dat je, met andere woorden, altijd een personage bent.

Het gebeurt zelden dat theatergezelschappen zich kunnen vernieuwen. Bijna altijd sluipt herhaling in het spel, ontstaat er een mechaniekje. De toeschouwer herkent op de lange duur het dada van de maker. De Koe realiseerde een perfecte genetische mutatie, terwijl het onmiskenbaar zichzelf blijft: theater maken is theater kraken, maar de nieuwe garde knoopt er een geestdriftig en kritisch doorvragen aan vast. Dat wijst op een kloeke vitaliteit.

Website De Koe

Dit artikel verscheen eerder in Ons Erfdeel 1/2015, pp. 120-122. Hier vind je oorspronkelijke tekst (pdf).
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.