Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Ondergronds geheim. ‘De grijzen’ van Vincent Merjenberg
0 Reacties
recensie
literatuur

Ondergronds geheim. ‘De grijzen’ van Vincent Merjenberg

In zijn debuut gaat het Vincent Merjenberg niet om de oplossing van het mysterie, maar om een aantal kleinere verknoopte levenslijnen en vertellingen.

“Het beste is, het raadsel te vergroten.” Met die zin besloot Harry Mulisch zijn ‘Manifesten’, opgenomen in Voer voor psychologen (1961), en ontvouwde hij meteen een literair programma: de schrijver moet met zijn boeken geen hapklare ideeën over zijn lezers uitstrooien, maar het bekende van zijn vanzelfsprekendheid ontdoen en de deur openzetten voor het vreemde, de verwondering, het mysterie. Literatuur hoeft geen oplossingen te bieden, als het de geest en de verbeelding maar voldoende stookmateriaal geeft.

Dat aforisme had ook als motto op de zevende pagina van De grijzen (2021) kunnen staan, onder de citaten van Thom Yorke en Jeroen Brouwers. In deze eerste roman van Vincent Merjenberg (1983), die eerder indruk maakte met verhalen in De Gids, dient een merkwaardig gegeven als uitgangspunt en gaandeweg wordt het almaar raadselachtiger gemaakt.

Het verhaal is gesitueerd in een tamelijk vaag geschetste imaginaire streek die uiteenvalt in een noorden en een zuiden. Eens was er sprake van een jarenlange oorlog, waarna een muur de twee gebieden van elkaar scheidde. Dan is er nog een gemarginaliseerde bevolkingsgroep, de Hooglanders, die uit hun perifere woonstreken verjaagd worden door op grondstoffen beluste zuiderlingen. Ze worden naar de steden tussen noord en zuid gedreven waar de uiterst risicovolle oversteek gemaakt kan worden, maar velen definitief in de buitenwijken stranden. In die broeierige grensstreek speelt De grijzen zich grotendeels af.

Meteen dringen zich allerlei associaties met historische gebeurtenissen op – de vluchtelingencrisis, Israël-Palestina, het IJzeren Gordijn, Syrië, de Parijse banlieues, de Oeigoeren. Maar toch laat deze roman zich bepaald niet gemakkelijk lezen als een politieke allegorie. Dat komt vooral omdat Merjenberg deze situatie als het grimmige decor heeft gekozen voor een ongrijpbaarder drama.

Een plaats die uitsluitend “de grensstad” wordt genoemd, raakt ontregeld door zogenaamde “vondsten”. Bij het graven van metrotunnels zijn werklui meermaals gestuit op formaties van rechtopstaande, grauwstenen lichamen, die blijkbaar al tijden als macabere fossielen onder de grond verborgen zaten. De bevolking slaat meteen driftig aan het speculeren: “de grijzen” zouden het werk zijn van een seriemoordenaar, een teken van “buitenaardse indringers” of de straf van god.

Bijzonder gewaagd is dat Merjenberg het geheim in zijn roman uiteindelijk niet verklapt

Lena, “een journalist die alles begrijpen wil, overal een keer geweest wil zijn, en alles wat er geschreven is gelezen wil hebben”, wordt er door een hoofdstedelijk krant op afgestuurd om te achterhalen wat er precies aan de hand is. Ze bezoekt de afgravingen, doorkruist de stad en tekent de paradoxale, vaak tamelijk onverschillige getuigenissen van de lokale bevolking op, maar slaagt er desondanks niet in om door te dringen tot het raadsel dat onder haar voeten schuilgaat: “En voor het eerst zag ze het voor zich: de bodem, vol onontdekte gruwelijkheden. De diepte, donker en voor altijd gesloten, en daarboven het oppervlak waarover deze mensen zich voortbewogen, waar ze zelf op stond. En hoger nog hingen de hitte, het stof en het loze rumoer van deze levens die voorbijgaan. Maar er was nog iets anders, de gedachte drong zich aan haar op, een onmogelijke: dat de bewoners van de stad een geheim met elkaar deelden.”

Bijzonder gewaagd is dat Merjenberg het geheim uiteindelijk niet verklapt: de aanhoudende lezer wordt niet beloond met een ontknoping, de geleverde puzzelstukjes passen net niet helemaal in elkaar. Al vroeg in het boek wordt duidelijk dat het in De grijzen niet om de oplossing van het mysterie, maar om een aantal kleinere verknoopte levenslijnen en vertellingen gaat. Zo schakelt het perspectief steeds van Lena naar een naamloze ik-verteller, een melancholieke oud-journalist die de gebeurtenissen via de krantenberichten volgt, en naar Jona, een jonge Hooglander met een curieus ooggetuigenverslag. Daarnaast beginnen veel van de burgers die Lena spreekt spontaan hun levensverhaal te vertellen, waardoor haar reportage de vorm van een reeks korte biografieën en microgeschiedenissen aan lijkt te nemen.

[tekst gaat verder onder de video]

https://www.youtube.com/embed/EqYpRXyGts4

Tijdens haar onderzoek stuit ze ook op een boek over migratie in de grensstreek: De oversteek van ene Onalov. Dit journalistieke verslag was eertijds een bestseller, maar het succes kreeg geen vervolg: kort na een tournee, hoort Lena van een boekverkoopster, is de auteur spoorloos verdwenen. Nog altijd weet niemand waar hij uithangt, hoewel het gerucht gaat dat hij in afzondering het fictionele antwoord op zijn sensationele non-fictieboek schreef, en dat daar welgeteld één exemplaar van in omloop is.

Zo begint Lena’s zoektocht naar Onalov en zijn enigmatische manuscript; de roman die zich eerst als parabel of filosofische vertelling aandiende, blijkt in wezen een verliteratuurd opsporingsverhaal te zijn. De suggestie van een zeer specifieke, gedetailleerde literaire schaduwwereld en de onderzoekende sfeer maken dit tot verreweg de beste plotlijn uit De grijzen, dat door deze wending iets weg krijgt van Roberto Bolaños De wilde detectives (1998). De almaar veranderende ontstaansgeschiedenis en betekenis van “de grijzen” en de metafictionele draai in het slothoofdstuk doen weer ergens aan het werk van Thomas Pynchon denken.

Merjenberg schrijft een uiterst ingetogen Nederlands, waardoor de aandacht volledig op de doorwrochte vertelling ligt

Dergelijke vergelijkingen lopen echter stuk op stilistisch vlak. Merjenberg schrijft een uiterst ingetogenNederlands dat in weerwil van de gecontroleerde verteltrant af en toe, ironisch genoeg, naar het kleurloze neigt. Hier en daar doet de roman daardoor wat vlak aan, al heeft deze stijlkeuze ook positieve consequenties. De aandacht komt immers volledig op de doorwrochte vertelling te liggen, en als er dan eens een fraaie zin voorbijkomt, valt die ook meteen op: “Een grensstad is een verdwijnpunt, een grens een verdwijnlijn.”

Bovenal lijkt Merjenbergs vertelstijl aan te sluiten bij de opvattingen van zijn personages. De oud-journalist hekelt namelijk de volgende heersende “misvatting” binnen zijn vakgebied: “In de details vind je de waarheid, lijkt men steeds meer te geloven.” Details en woordkunst zullen in dit aparte, ambitieuze debuut inderdaad nooit de uitgekiende constructie overschaduwen; de schrijver verdwijnt volledig in zijn verhaal.

Dat past uitstekend bij een roman over “het belang van verhalen”, waarin het traditionele, op het universele georiënteerde denken uiteindelijk ondergeschikt wordt gemaakt aan de individuele verbeelding: “De toehoorder bepaalt de waarheid, niet de verteller.” Een overtuigde onderschrijving van het maxime van Mulisch, en een overtuigend pleidooi voor fictie en de vrije literatuur.

Vincent Merjenberg, De grijzen, Atlas Contact, Amsterdam, 2021, 332 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.