Publicaties
De geschiedenis van de burgemeesters van Rijsel III
0 Reacties
De Franse Nederlanden

De geschiedenis van de burgemeesters van Rijsel III

Bouwen aan een nieuw Rijsel en aan een metropool

In de loop van maart worden in heel Frankrijk gemeenteraadsverkiezingen gehouden. In het noorden zal vooral naar het resultaat in Rijsel gekeken worden. Blijft de huidige burgemeester aan de macht? Dit leek ons een goed moment om de geschiedenis van de burgemeesters in Rijsel te belichten. Daarvoor is de historicus Éric Vanneufville de geschikte persoon. Hij publiceerde onlangs Une petite histoire des maires de Lille, 1790-2020. In drie korte bijdragen geeft hij een synthese van deze boeiende geschiedenis.

In 1944 werd Denis Cordonnier voorlopig als burgemeester aangesteld. Een jaar later werd hij op de socialistische lijst verkozen en werd hij officieel tot burgemeester benoemd. Deze voormalige schepen onder Roger Salengro was dokter in de geneeskunde en kreeg de bijnaam "de dokter van de eenvoudigen". Zijn beleid concentreerde zich vooral op huisvesting. Om gezondheidsredenen stelde hij zich in 1947 niet opnieuw verkiesbaar, maar als parlementslid nam hij in 1949 het initiatief voor de wet van 22 augustus ten gunste van blinden en zwaar gehandicapten. Hij overleed in 1952.

In 1947 was de nationale situatie gunstig voor de Gaullistische partij, de Rassemblement du Peuple Français. Professor Jean Minne won, maar liet zijn plaats aan René Gaifie. Deze laatste stelde zich apolitiek op en liet het algemeen belang voorgaan zodat “Rijsel weer de echte hoofdstad van Vlaanderen kon worden". Volgens een klassiek rechts beleid verhoogde hij de indirecte belastingen en verlaagde de lasten. Een langzaam en geleidelijk economisch herstel liet hem toe om te investeren in urbanisatie. Hij creëerde sanitaire voorzieningen, groene ruimten, wegen en trottoirs. Hij liet de beurs, beter bekend als “le Grand Palais”, restaureren.

Het tijdperk van Augustin Laurent

In 1953 werd Gaifie met de steun van de Mouvement Républicain Populaire herkozen, maar hij werd beschuldigd van verduistering en corruptie. Na een schorsing kon hij opnieuw zijn functies opnemen, maar uiteindelijk volgde toch zijn definitieve ontslag en eindigde de Gaifie-affaire met de ontbinding van de gemeenteraad op 3 mei 1955. Een speciale delegatie onder de leiding van Guy Debeyre bereidden nieuwe gemeenteraadsverkiezingen op 5 juni voor.

De overwinnaar werd Augustin Laurent, een socialist uit een mijnwerkersfamilie, die zich in het verzet onderscheidde en zich in Rijsel vestigde als de baas van de socialisten. Tijdens drie verkiezingen (1959, 1965 en 1971), vormde hij een politieke alliantie met onafhankelijken en centristen, maar zonder de communisten.

Hij zette zich in voor een sociale stadsplanning en realiseerde sociale woningen, scholen, tuinen, onderwijs- en sportfaciliteiten. Hij pakte de verpaupering van wijken zoals Saint-Sauveur en Vieux-Lille aan. Zijn menselijkheid en populariteit leidden tot zijn herverkiezing in 1971 tegen François-Xavier Ortoli, de kandidaat van de nationale meerderheid.

Laurent waardeerde generaal De Gaulle als de leider van het Vrije Frankrijk, toen die in 1958 terug aan de macht kwam, maar onder bepaalde omstandigheden bleef hij kritiek op hem uitoefenen. Na zijn pensionering in 1973 bleef Laurent gemeenteraadslid en ereburgemeester. Hij overleed in 1990, gerespecteerd door alle inwoners van Rijsel.

Renovatie van de stad en de vorming van een metropool

In 1993 werd Pierre Mauroy burgemeester. Hij was de zoon van een leraar uit de Avesnois. Zelf was hij ook leraar en een socialistisch activist, een volgeling van de “Union de la Gauche” terwijl hij probeerde de band met het christelijke electoraat te behouden.

Met het binnenhalen van de TGV, de oprichting van de wijk Euralille, waarvan het station naast Lille-Flandres lag, promootte hij Rijsel in het hart van Noordwest-Europa. Hij realiseerde de metropool Lille-Roubaix-Tourcoing, vandaag bekend als Métropole Européenne de Lille (MEL).

Mauroy steunde actief het culturele en artistieke leven en de onderwijs- en universitaire structuren. Hij was zich bewust van de achteruitgang van de industriële sector en zet zich daarom, met succes, in om de werkgelegenheid in de tertiaire sector te verhogen. Zijn charisma en het prestige van zijn functie als premier van 1981 tot 1983 hebben hem zeker geholpen op het politieke toneel van Rijsel.

Hij fuseerde de gemeente Hellemmes met Rijsel waardoor het mogelijk werd om in het oosten te investeren in industriële braakliggende terreinen. Dat was een voorbode van wat er iets later in het westen, in Lomme, zou gebeuren. Hij had ook aandacht voor het lokale karakter van de vervallen wijken en voor het behoud van de traditie in Rijsel. De renovatie van “le Vieux-Lille” werd samen met de oprichting van buurtgemeentehuizen en maatregelen ten gunste van de ouderen gerealiseerd. Ook de sanering van de arbeiderswijken en de acties op het gebied van sociale huisvesting die onder zijn beleid werden gevoerd, mogen niet vergeten worden. In 2001 bereidde hij met de komst van Martine Aubry zijn opvolging voor. Hij bleef wel nog enkele jaren actief binnen de Rijselse metropool. Toen “Gros Quinquin”, zoals hij werd genoemd, in 2013 overleed, werd hij met groot eerbetoon in de kathedraal van Rijsel begraven.

Martine Aubry, niet uit Rijsel afkomstig, is de erfgename van Pierre Mauroy. Deze nationale persoonlijkheid, bekend voor de invoering van een algemene ziektekostenverzekering en het ontwerp van de wet op de 35-urige werkweek, heeft zich sinds de verkiezingen van 2001 volledig gewijd aan de politiek van Rijsel. Haar linkse oriëntatie ging echter gepaard met een opening naar het maatschappelijk middenveld.

Trouw aan de socialistische traditie richtte zij haar beleid op onderwijs, cultuur en sociale - en sportfaciliteiten voor minder begunstigde bevolking. Maar zij staat ook open voor de internationale en multiculturele wereld. Het symbool hiervan was Lille 2004, waarvan de reputatie economische krachten naar Rijsel moest lokken, aangetrokken door de creatieve en feestelijke sfeer van Rijsel, culturele hoofdstad van Europa en speerpunt van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai.

Steunend op haar overtuigingen zette Martine Aubry zich na verloop van tijd ook sterk in voor de nieuwe thema’s in de samenleving, met name ecologie en een zekere kwaliteit van leven.

Aan het begin van de 21e eeuw illustreren haar persoonlijk en leidinggevend optreden de moeilijkheid om met respect voor het verleden, de aanpassing aan de huidige wereld en de voorbereiding van de toekomst, in dienst van de inwoners van Rijsel, met elkaar te verzoenen.

Éric Vanneufville, Petite histoire des maires de Lille, Les Lumières de Lille, 2020, 154 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.