Publicaties
De geschiedenis van de burgemeesters van Rijsel
1 Reacties
© Frédéric Logez
© Frédéric Logez © Frédéric Logez
De Franse Nederlanden

De geschiedenis van de burgemeesters van Rijsel

Opkomst van de liberale burgemeesters 1790-1896

In de loop van maart worden in heel Frankrijk gemeenteraadsverkiezingen gehouden. In het noorden zal vooral naar het resultaat in Rijsel gekeken worden. Blijft de huidige burgemeester aan de macht? Dit leek ons een goed moment om de geschiedenis van de burgemeesters in Rijsel te belichten. Daarvoor is de historicus Éric Vanneufville de geschikte persoon. Hij publiceerde onlangs Une petite histoire des maires de Lille, 1790-2020. In drie korte bijdragen geeft hij een synthese van deze boeiende geschiedenis.

De geschiedenis van de burgemeesters van Rijsel, van 1790 tot 1820, toont aan dat ze allemaal de dominante ideeën van hun tijd volgden, ook al was het pas vanaf het einde van de 19e eeuw, toen de republiek gevestigd was, dat de burgemeesters definitief de gekozen vertegenwoordigers van het volk van Rijsel werden en er van een echt algemeen gemeentelijk kiesrecht sprake was. De benoeming van de burgemeester door de centrale regering of haar vertegenwoordiger was voor de jaren 1880 de regel en, helaas, ook tijdens de trieste jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Ze werden voortdurend geconfronteerd met ernstige economische en sociale problemen

Van 1790 tot 1896 waren de burgemeesters van de eerste republiek burgers die gekozen werden door de rijkste inwoners van Rijsel. Ze waren geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting en oprechte patriotten in een tijd waarin buitenlandse legers het land bedreigden. Het waren ook bestuurders die voortdurend geconfronteerd werden met ernstige economische en sociale problemen en gecontroleerd of zelfs gesanctioneerd werden door de centrale overheid. Dit speelde zich af een sfeer van regelmatig weerkerende incidenten tussen de aanhangers van het katholieke Vlaanderen en de revolutionairen uit Parijs en hun lokale aanhangers.

Louis Vanhoenacker, een rijke burger, werd door de inwoners van Rijsel gewaardeerd en gezien als een deugdzame, liberale weldoener. Een andere grote persoonlijkheid aan het einde van de achttiende eeuw was burgemeester François André-Bonte, burgemeester André genoemd, een trouwe patriot die bekend stond omdat hij tijdens het beleg van 1792 trots weigerde te capituleren voor de Oostenrijkers.

Dit belette hem niet om enkele jaren later, tijdens zijn tweede ambtstermijn, onder druk van het Directoire ontslag te nemen. Men verweet hem dat hij er niet in slaagde het uitgehongerde volk tevreden te stellen. Intussen zorgde het wisselvallige optreden van de vertegenwoordigers van het terreurregime voor instabiliteit bij de burgemeesters. Ze volgden elkaar in een zeer snel tempo op. Dat bleef zelfs duren tot 1800, het jaar waarin Bonaparte in Frankrijk aan de macht kwam.

De Eerste Consul, later Keizer, had het goede idee om de trouwe "sans-culottes" Nicolas Gentil-Muiron als burgemeester te kiezen. Hij was een door de notabelen gewaardeerd koopman die de stad bestuurde in een klimaat van religieuze en burgerlijke vrede.

Dat was gunstig voor de handel en de opkomende industrie. Maar het belette niet dat Gentil-Muiron in oktober 1803 werd vervangen door de welstellende Louis Marie Joseph De Brigode, meer monarchistisch van overtuiging. Dit ideologische verschil verklaart ongetwijfeld waarom in 1815, wanneer Napoleon I tijdelijk weer aan de macht kwam en Lodewijk XVIII, via Rijsel, naar Gent verbannen werd, Gentil-Muiron en De Brigode om beurten burgemeester werden.

De Rijselse bevolking, die vrede wilde, verwelkomde de restauratie van de Bourbons. De koningen, Lodewijk XVIII en vervolgens Charles X, gaven de macht aan een echte aristocraat, Jean-Baptiste Joseph de Muyssart. Hij was een reactionair die vijandig stond tegenover het openbaar onderwijs en die zijn hoogtepunt kende toen hij in 1827 koning Charles X ontmoette en hem de sleutels van de stad overhandigde.

Liberalen aan de macht

Door de impopulariteit van Charles X, die te autocratisch was, werd De Muyssart in 1830 gedwongen om af te treden. Daarenboven kwamen er burgers aan de macht die de "burgerkoning" Louis Philippe gunstig gezind waren. Vanaf dat moment kreeg Rijsel liberale industriëlen en ondernemers als burgemeester. Louis Bigo-Danel leidde de stad het langst, van 1834 tot 1848. De modernisering van Rijsel lag hem nauw aan het hart. Hij zorgde voor een spoorlijn, de installatie van gasverlichting in het centrum en voor de ontwikkeling van het openbaar onderwijs.

Volgens een tijdgenoot "realiseerde hij het ideaal van de goede industriële burgerij". Met de oprichting van het patriottische beeld van de “Déesse” liet hij zijn stempel achter. De bouw van het monument werd in 1842 aangevat, bij de 50e verjaardag van het beleg van 1792. De stadsarchitect van dat ogenblik, Charles-César Benvignat, ontwierp het beeld dat door de beeldhouwer Théophille Bra werd uitgevoerd. Het beeld symboliseerde een Vlaamse vrouw “kuis, robuust en vruchtbaar". Het werd in 1845 op de Grote Markt geplaatst en kreeg van de inwoners van Rijsel al snel de naam "Déesse". Het verhaal deed de ronde dat de vrouw van de burgemeester hiervoor model had gestaan.

De industrie ontwikkelde zich snel en trok veel Vlaamse arbeiders aan

Omdat zijn pogingen om de vrede onder de Tweede Republiek te bewaren weinig succes kenden, werd Bigo-Danel vervangen door Pierre-Joseph Bonte-Pollet, een rijke koopman die pleitte voor "orde, economie en toewijding aan de Republiek". Deze laatste nam in 1852 ontslag, omdat hij niet akkoord ging met de beslissing van Napoleon III om de openbare processies, die onder Lodewijk-Philippe verboden waren, terug toe te laten. Napoleon III probeerde daarmee het katholieke electoraat voor zich te winnen.

Auguste Richebé, de opvolger van Bonte-Pollet, was een industrieel en voorstander van economische ontwikkeling en stadsplanning. Politiek was hij de man van een enkel regime, het keizerlijke. Het was dankzij hem dat Rijsel in 1858 de gemeenten Wazemmes, Moulins, Esquermes en Fives inlijfde.

Hier vestigden zich voortdurend nieuwe fabrieken en dat trok heel wat Vlaamse gastarbeiders aan. In 1866 werd Auguste Richebé getroffen door een hersenbloeding. Zijn opvolgers kenden slechts zeer korte ambtstermijnen. Een van hen was de baron Jules Meunier. Hij werd politiek gedomineerd door de gemeentelijke oppositie, die in 1868 de laïcisering van de stadsscholen bewerkstelligde.

De grote burgemeester aan het begin van de IIIe Republiek was Géry Legrand, gekozen via algemene verkiezingen, schepen (wethouder) vanaf 1878 en vervolgens burgemeester van 1881 tot 1896. Hij was een overtuigde republikein, journalist en liefhebber van letteren en kunst. Tijdens het Tweede Keizerrijk zat hij regelmatig in de gevangenis, hij was bevriend met Émile Zola die in hem zijn literaire peetvader zag. Hij was gehecht aan het openbaar onderwijs en bracht zelfs de Universiteit van Dowaai (Douai) naar Rijsel. Legrand seculariseerde het personeel van het liefdadigheidsbureau en richtte een Gemeentelijk bureau voor hygiëne op dat de slechte hygiënische situatie van de arbeiders moest verbeteren.

Hij was een fervent stedenbouwkundige en legde de basis voor de bouw van het Pasteur-instituut, verbeterde de openbare verlichting, legde de grote boulevards en de Deûle-wijk aan en bouwde het Palais des Beaux-Arts op de Place de la République. Als overtuigd patriot vierde hij het eeuwfeest van 1792. In zijn tijd werden de nieuwe generaties Vlaamse arbeiders geleidelijk aan verfranst. Hij kreeg de bijnaam "le Grand Géry" en huldigde het tijdperk van de republikeinse burgemeesters in, van 1896 tot 2020.

Éric Vanneufville, Petite Histoire des maires de Lille, Les Lumières de Lille, 2020, 154 p.

JefVanStaeyenFlag

Zo'n tekst wordt extra interessant als je er een stratenplan bijneemt.
Le Maire André wordt echt verwend, want behalve een straat en die buste in het Musée des Canonniers, heeft hij ook een heel mooi standbeeld, ten voeten uit, op de Place du Concert. "Tiens, Mozart in Rijsel?" is de eerste reactie als je het beeld ziet staan, maar de man is gewoon op zijn achttiende eeuws gekleed en gekapt, en wat een politieke houding moet voorstellen (de weigering te capituleren) lijkt meer op een artistieke pose.
Louis Bigo-Danel heeft een boulevard, en Auguste Richebé één van de belangrijkste pleinen van de stad. Daarmee heeft die echter niet de verhoopte naambekendheid en onsterfelijkheid verworven. Samen met de wel bekende, en veel grotere Place de la République vormt ze zowat het centrum van de stad, waar de belangrijkste straten samen komen, maar omzeggens niemand kent haar naam. De Place Richebé is wellicht bekender om het indrukwekkende ruiterstandbeeld van generaal Faidherbe (waarvan ook niemand weet of zich afvraagt wat die daar doet).
Charles-César Benvignat, de architect van onder meer het monument "la déesse" op de Grote Markt, heeft ook zijn straat, waarbij hij weliswaar zijn voornamen verloor. Ik heb er een kwarteeuw gewoond, en meermaals vastgesteld hoe die straatnaam op officiële documenten tot rue de Benvignat verbasterd wordt.
Ik kijk uit naar de volgende afleveringen.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.