Deel artikel

literatuur recensie

‘De dijkgravin’ van Marie Gevers is bijna een eeuw oud, maar voelt verrassend modern aan

16 maart 2026 6 min. leestijd

Na haar dood in 1975 gleed Marie Gevers weg in de vergetelheid. Ouderwetse streekliteratuur, klonk het. En wie las nog Franstalige Vlaamse auteurs? Vandaag vormt haar opnieuw uitgeven debuutroman een verademing dankzij de wild golvende stijl en het eigenzinnige hoofdpersonage Suzanna.

Ooit was ze een belangrijk en gevierd auteur, maar aan het eind van de twintigste eeuw werd de Vlaamse, in het Frans schrijvende Marie Gevers (1883-1975) langzaamaan vergeten. In 2026 staat ze weer in de aandacht dankzij de nieuwe uitgeverij Weerwoord, die haar romandebuut La Comtesse des digues uit 1931 opnieuw op de markt brengt als De dijkgravin, in een vertaling van Stefaan Van den Bremt en met een nawoord van Annelies Verbeke.

Marie Gevers schreef met veel bewondering en ontzag over de weemoed van het landschap en de net zo troostende als vernietigende kracht van de natuur. In De dijkgravin laat hoofdpersonage Suzanna zich door de schoonheid van haar omgeving betoveren. Haar liefde voor het landschap en de seizoenen heeft iets sensueel, bijna orgastisch. Ergens in het boek knoopt Suzanna haar bloesje open en geeft de wind vrij spel:

De wind en het tij brachten het meisje in een soort liefdesroes. Ze dacht nergens aan. Ze was een jong lichaam onder de azuren wind.

Marie Gevers verbindt in De dijkgravin het aardse moeiteloos met het zinnelijke, de ratio met gevoel en erotiek.  In haar nawoord – waarin ze de roman door een moderne feministische bril leest – prijst Annelies Verbeke Gevers om deze zeldzame beschrijving van vrouwen. “Een verademing eigenlijk, zo’n vrouwelijk hoofdpersonage dat hevig kan voelen én aan de rede vasthoudt”, schrijft ze.

In een serene, poëtische stijl beschrijft Gevers de verscheurdheid van haar personages, tegen het weemoedige decor van het Scheldeland. Wanneer haar vader overlijdt neemt Suzanna de rol van dijkgraaf van hem over. Suzanna kent de stroming en de vaargeulen als haar broekzak, ze kan het waterpeil bij hoogtij voorspellen en in welke bocht een dijkbreuk kan ontstaan. Ze maakt lange wandelingen en let daarbij vooral op molshopen, die het risico op een dijkbreuk verhogen.

Toch is niet iedereen ervan overtuigd dat een vrouw voor de rol van dijkgraaf is weggelegd. In het dorpje Weert, omzoomd door hoge dijken en uitgestrekte weilanden, wielen, grienden en schorren, heeft iedereen een mening klaar. “Juffrouw Suzanna kent het vak, maar een man is ze niet”, merkt Fine, de vrouw van de veerman, schamper op.

Behalve tegen misogyne vooroordelen moet Suzanna ook op liefdesvlak opbotsen tegen de bemoeizucht van haar omgeving. Iedereen in Weert weet dat de jongens van het dorp – onder wie de altijd dronken Mon de brouwer – een oogje op Suzanna hebben. Niet om romantische redenen, maar omdat huwelijken nu eenmaal met een strategisch doel voltrokken worden: de uitbreiding van gronden.

Alleen Trifon, de jonge blonde zaakwaarnemer van haar vader, houdt oprecht van Suzanna. Tijdens haar inspectierondes in de omgeving wordt Suzanna vaak bijgestaan door deze “mooie Schelde-Trifon, de onverschrokken populierensnoeier, de vrijmoedige binnenschipper, de lenige wilgenteenkapper”. Tijdens het lezen werd ik zelf een beetje verliefd op Trifon. In zijn ribfluwelen bruine plunje lijkt hij wel een mensgeworden versie van het Vlaamse polder- en dijkenlandschap; hij herinnert Suzanna aan haar vader.

Trifon vertrekt uiteindelijk naar Engeland, waar hij zich hoopt op te werken en Suzanna’s gelijke te worden, hoewel zij helemaal niet verlangt naar “een dorpse heer in grijs confectiepak, die niet meer leek op de grond uit de Scheldestreek”. Trifons vertrekt luidt uiteindelijk het begin van Suzanna’s ontwikkeling in: die van ouderloze dochter, vrouw en dijkgravin.

Suzanna schippert tussen haar liefde voor Trifon en de nonchalante Max Larix, die net als zij van muziek en wandelen houdt, en worstelt tegelijk met haar verlangen naar autonomie en ongebondenheid. De liefde blijkt net zo woest en onvoorspelbaar te zijn als de Schelde en laat zich al even moeilijk bedwingen.

In zijn inleiding bij de oorspronkelijke uitgave uit 1931 schrijft de Franse dichter Charles Vildrac: “Van al de Vlaamse dichters van deze tijd is Marie Gevers de schrijfster die het natuurgevoel en de liefde tot de eigen grond in de hoogste mate bezit.” Toch is De dijkgravin veel meer dan een streekroman. Het is een feministische Bildungsroman, geschreven in een soms meanderende, soms wild golvende stijl vol prachtige associaties die verrassend modern aanvoelt.

Chroniqueur van de Kempen

Het leven van Marie Gevers laat zich met net zoveel glans beschrijven als dat van de heldinnen in haar werk. Ze werd geboren in Edegem en groeide daar op in kasteel Mussenborg, dat werd bewoond door – zo gaat het verhaal – een spook en was omgeven door een sprookjesachtige tuin met een vijver en verschillende walgrachten. Gevers zou er haar hele leven blijven wonen, en uitgebreid over de geschiedenis van het domein en haar bewoners schrijven, zoals in de roman Vie et mort d’un étang (1961).

Gevers ging niet naar school, maar werd thuis door haar ouders en de dorpsonderwijzer onderricht in rekenen, taal, fauna en flora en astrologie. Met haar ouders sprak ze Frans, met de bedienden Nederlands. Van die laatsten leerde ze de legenden en verhalen uit de streek, die haar nooit meer loslieten. Met veel bezieling zou ze die bestuderen en boekstaven in haar werk. Zo laat ze in onder meer Verzoening, De levenslijn en Guldentop hekserij en volkskunde een grote rol spelen. Leen Huet noemde haar terecht de “chroniqueur van de Kempen”.

Als jong meisje raakte Gevers bevriend met Rite Cranleux, het nichtje van Emile Verhaeren, die toen al een beroemde dichter was. Hij adviseerde Gevers in het Frans te schrijven en bekommerde zich om haar eerste verzen. Voor Gevers zou Verhaeren altijd Oncle Emile blijven. Maar de publicatie van haar poëziedebuut Missenbourg in 1918 zou Verhaeren niet meer meemaken, hij stierf in 1916.

In de decennia die volgden schreef Marie Gevers een rijk en omvangrijk oeuvre bijeen: poëzie, kinderboeken, novellen en romans die naar het Nederlands, Duits, Spaans en Engels werden vertaald en die veelvuldig werden bekroond. Verder vertaalde ze werk van onder meer Felix Timmermans en Lode Zielens en de sprookjes van koningin Fabiola naar het Frans.

In 1938 trad ze als eerste vrouw toe tot de Académie royale de langue et de littérature françaises Belgique (ARLLFB), waarvan ook Jean Cocteau en later Colette lid waren. Haar roman Paix sur les champs werd in 1970 verfilmd door Jacques Boigelot en sleepte een nominatie voor de Oscar voor Beste Niet-Engelstalige Film in de wacht.

Toch verdween het oeuvre van Marie Gevers na haar overlijden in 1975 langzaam in de vergeethoek. Haar werk bleek steeds moeilijker te plaatsen. Ze was een Vlaamse die in het Frans over het Brabantse en Antwerpse plattelandsleven schreef. Voor haar Franse lezers waren haar onderwerpen te Vlaams, in Vlaanderen paste ze als Franstalige auteur niet in de Nederlandstalige literaire canon. Bovendien bleef een groot deel van haar oeuvre onvertaald en dus ontoegankelijk voor Vlaamse lezers. En tot overmaat van ramp had Gevers de voortschrijdende tijd niet aan haar kant: door de nieuwe generatie modernistische auteurs werd haar werk – waarin het nostalgische, idyllische plattelandsleven het decor vormt – als te streekgebonden en dus ouderwets beschouwd. Onterecht, want haar romans overstijgen moeiteloos de heimatliteratuur.

In 1996 bracht Meulenhoff | Manteau nog een pocketeditie van La Comtesse des digues op de markt, ook toen in een wervelende vertaling van Stefaan Van den Bremt (die hij voor deze nieuwe editie herwerkte). Maar ondanks die hernieuwde aandacht bleven verdere vertalingen uit.

Collectief literair geheugen

Dat Gevers na haar dood vergeten werd, is een lot dat ze deelt met de ooit geroemde Belgische schrijfsters Dominique Rolin (1913-2012) en Françoise Mallet-Joris (1930-2016), die allebei een omvangrijk oeuvre bij elkaar penden. Iemand moet eens grondig onderzoek doen naar de oorzaak van die blinde vlek in ons collectief literair geheugen: waarom kennen we en lezen we nog zo weinig in het Frans schrijvende Belgische auteurs, zelfs niet als die uit Vlaanderen kwamen?

Gelukkig wordt het werk van Marie Gevers, net als dat van Jacqueline Harpman (1929-2012), nieuw leven ingeblazen. Terwijl zowat jaarlijks herdrukken van het werk van Hugo Claus van de band rollen – gek, want antiquariaten en kringloopwinkels lijken ermee bezaaid te liggen – is het verfrissend en noodzakelijk dat uitgeverij Weerwoord het aandurft om onterecht weggedeemsterde auteurs opnieuw op de markt te brengen. Marie Gevers is terug van weggeweest, laten we deze keer haar naam tot in lengte van dagen onthouden.

Marie Gevers, De dijkgravin, vertaald en met een nawoord door Stefaan Van den Bremt, met een nawoord van Annelies Verbeke, Weerwoord, Heist-op-den-Berg, 2026, 240 p.

Wout-Vlaeminck

Wout Vlaeminck

literair recensent

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003cde0000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)