Publicaties
Cyriel Moeyaert: twee roepingen, twee passies
0 Reacties
© Etienne Deman
© Etienne Deman © Etienne Deman
De Franse Nederlanden
taal

Cyriel Moeyaert: twee roepingen, twee passies

Cyriel Moeyaert is honderd geworden. Hij heeft zich zijn hele leven ingezet voor het gebruik van het Standaardnederlands in Vlaanderen en voor de studie van het Nederlands van Frans-Vlaanderen. Hij publiceerde daarover vele boeken en artikelen, o.a. in Ons Erfdeel en in het jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français. Geert Bourgeois, de vorige minister-president van Vlaanderen, was een oud-leerling van Moeyaert. Hij schreef voor de lage landen een persoonlijke getuigenis over zijn vroegere leraar.

Ik had het voorrecht in mijn humaniora in het Sint-Jozefscollege in Izegem les te mogen krijgen van priester-leraar Cyriel Moeyaert, een man met vier uitzonderlijke hoedanigheden: twee roepingen en twee passies.

Eerste roeping: het priesterschap. Cyriel is een man met een onwankelbaar geloof dat hij heel zijn leven beleden en uitgedragen heeft. Tot voor kort ging hij nog elke week voor in de eucharistie in Abele, de enige kerk in Frankrijk met de liturgie in het Nederlands. Zijn geloof vertaalt Cyriel in naastenliefde, barmhartigheid, rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid voor de samenleving.

Tweede roeping: het leraarschap. Cyriel is het levende bewijs dat het leraarschap geen beroep is, maar een roeping. Hij slaagde er in om aan telkens nieuwe generaties met een ontzettend groot inlevingsvermogen kennis over te dragen. Maar bovenal leerde hij ons kritisch te zijn, verbanden te leggen en gaf hij tussendoor waarden mee. Een apart vak burgerschap heb je niet nodig met zulke leraars.

Cyriel heeft ook twee passies

Eerste passie: het algemeen Nederlands, de standaardtaal. Hij was een militant van de eerste ABN-kernen in de jaren 1960 toen we ’s ochtends op de radio nog vergast werden op ‘Voor wie haar soms geweld aan doet’ van Marc Galle en toen ’s avonds op de televisie Joos Florquin, Annie Van Avermaet en Fons Fraeters ‘Hier spreekt men Nederlands’ presenteerden.

Of hij nu Nederlands, Latijn, Grieks, aardrijkskunde, geschiedenis of godsdienst gaf, elke les bestond uit een bijkomende gratis les Nederlands.

Meer dan een halve eeuw geleden overtuigde hij er ons van dat het beheersen en gebruiken van de standaardtaal een zaak van emancipatie, van gelijke kansen en identiteit is.

Ik herinner mij dat Cyriel erin geslaagd is de Stedelijke Academie van Izegem te laten vollopen voor een toespraak van Piet C. Paardekooper. Dat was begin de jaren zestig geen sinecure. Professor Paardekooper met wie hij de Beknopte ABN-Spraakkunst had gepubliceerd, was met zijn radiotoespraken in Nederland over en voor de Vlaamse zaak staatsgevaarlijk geworden voor de Belgische justitie. De gebundelde versie van zijn radiotoespraken in Er zijn geen Belgen (1962), waarin Paardekooper tekeerging tegen de overheersing door de Franstaligen, hakte er zo diep in dat hij een tijdje de toegang tot ons land werd ontzegd. Ook het Izegemse stadsbestuur zag Paardekooper liever gaan dan komen. “Want die Hollander moest ons niet de les komen spellen”. Ik vermoed dat de onderhandelingsvaardigheden van Cyriel Moeyaert de Izegemse vroede vaderen overstag deden gaan. Maar zij eisten wel een voor die tijd forse waarborgsom van 2.000 frank; “Voor het geval er rellen zouden ontstaan”, zo motiveerde het stadsbestuur de borgsom. Rellen waren er niet. Een volle zaal hing aan de lippen van Paardekooper. Cyriel genoot met volle teugen.

Tweede passie: Frans Vlaanderen. Onvermoeibaar heeft hij als Izegemnaar, later als ‘schreve’- bewoner, geijverd en ijvert hij voor het behoud en de opwaardering van het “Vlaemsch”, de taal van dat deel van het oude graafschap Vlaanderen dat in 1713 aan Frankrijk verloren is gegaan.

Een halve eeuw lang heeft hij de taal beluisterd en woord voor woord opgeschreven. Met de hulp van enkele andere taalkenners heeft hij zijn monnikenwerk in 2005 vereeuwigd in het Woordenboek van het Frans-Vlaams (Dictionnaire du flamand de France).

Het is een onschatbare bijdrage aan de Nederlandse taalwetenschap en aan het Vlaamse en Nederlandse cultuurpatrimonium.

Sindsdien is zijn ongelofelijk sterke geest niet opgehouden met schrijven. Ik mocht het voorwoord verzorgen voor de Franse vertaling van Drie eeuwen Nederlandse letteren in Noord-Frankrijk dat hij in 2012 in het Nederlands schreef met Yvo Peeters. Legendarisch zijn zijn 26 bijdragen in ‘De Zuidelijke Nederlanden’ (2009). Daarnaast publiceerde hij meer dan 25 jaar in het tijdschrift Ons Erfdeel en leverde hij meer dan 40 bijdragen voor het jaarboek De Franse Nederlanden.

En het kon niet anders of hij droeg ook zijn liefde voor dit mooie stukje van de Nederlanden over op zijn leerlingen. Jaar na jaar trokken wij er met de fiets op zijn vriendelijke vraag naar toe. Logeren bij Vlaamssprekende boeren. Opdracht: alle vermeldingen, opschriften, gezegden en spreuken in het Frans-Vlaams noteren, waar dat kon fotograferen en daarover aan Cyriel rapporteren. We deden dit graag. We leerden goed fietsen - de Catsberg en Kassel, en veel andere heuvels moesten we overwinnen - we leerden Picon drinken en leerden wat gastvrijheid is.

Ik besluit met een warme dank aan mijn oud-leraar en mentor die mij blijft inspireren. Een bijzondere dank ook voor zijn onnoemelijk gulle inzet van zijn vele talenten voor de Vlaamse gemeenschap.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.