Publicaties
‘Bernhard! Wat zie jij eruit’. ‘De Saamhorigheidsgroep’ van Merijn de Boer
0 Reacties
recensie
literatuur

‘Bernhard! Wat zie jij eruit’. ‘De Saamhorigheidsgroep’ van Merijn de Boer

De leden van De Saamhorigheidsgroep genieten met volle teugen van naakt volksdansen in de duinen en de knuffelrondes waarmee hun vergaderingen beginnen. In zijn gelijknamige derde roman schetst Merijn de Boer een licht satirisch, maar liefdevol portret van het linkse milieu uit de jaren 1980.

Tristan probeert naam te maken als portretschilder. Maar daarvoor is hij niet goed genoeg, zoals hij zelf beseft. Zodra “hij plaatsnam achter zijn ezel”, schrijft Merijn de Boer (1982) in De Saamhorigheidsgroep, “vergat hij volledig dat de mannen en vrouwen die hij schilderde, ieder individueel hun eigen gedachtes, gevoelens en verlangens hadden. In zijn beleving waren het persoonlijkheidsloze poppen geworden. (...) Ontelbare keren had hij te horen gekregen dat zijn schilderijen net foto’s waren. Maar door wat ze ontbeerden – de weergave van iemands karakter – zouden ze nooit in een museum belanden.”

Een vergelijkbaar bezwaar kun je maken over de personages van De Boer. Je ziet ze voor je: Tristan met zijn lange blonde staart, zijn vrouw Liza met “haar wipneus en haar graanhalmachtige wenkbrauwen”, de ambtenaar Bronno met zijn kabouterbaard en al die andere activisten van De Saamhorigheidsgroep die zich week in week uit inzetten voor de derde wereld. Maar echt tot leven komen ze niet. Ze zijn eerder types die staan voor iets groters dan mensen van vlees en bloed die je – zoals in grote literatuur – de illusie geven dat ze zo van de pagina’s je huiskamer in kunnen lopen.

Het geldt zelfs voor de hoofdpersoon: Bernhard. Hij is begin jaren 1980 een jonge diplomaat die door een oude studievriend wordt meegenomen naar een bijeenkomst van de groep, verliefd wordt op Liza en daarom blijft hangen. Hij staat erbuiten: hij draagt voor zijn werk pakken, rijdt auto, en legt liever tweehonderd gulden neer voor een hoed dan zich te hullen in tweedehandse afdragertjes. Maar, verzekert De Boer herhaaldelijk, alle leden van de groep zijn hem zeer dierbaar. Hij warmt zich aan hun optimisme. Tja. Ik kon er geen moment écht in geloven. Bernhards karakter is en blijft ondergeschikt aan zijn rol in de plot.

Toch verdient De Saamhorigheidsgroep een plaats in mijn bibliotheek – het equivalent van een museum voor een schilderij. Dat komt omdat het De Boer helemaal niet is te doen om een realistisch psychologisch portret van zijn personages. Hij wil een portret schilderen van de linkse idealisten en waar ze voor staan. Het soort dat in de jaren 1970 en ’80 alom aanwezig was: demonstrerend tegen kernwapens, met hun strijdkoren in winkelstraten, als vrijwilliger in Wereldwinkels. Een type dat inmiddels met pensioen is en als actievoerder al lang is overvleugeld door extreemrechtse schreeuwers met hun complottheorieën.

De Boer maakt zijn zedenschets goed verteerbaar door hem te verpakken in een sterke, met gevoel voor dosering uitgewerkte plot

Hij beschrijft die groep nuchter, maar buitengewoon treffend. Dat begint al in het inleidende eerste deel, nog voor De Boer flashbackt naar de jaren 1980, wat de hoofdmoot van de roman uitmaakt. Bronno heeft zijn principiële bezwaren tegen vliegen opzijgezet en is naar New York gereisd om daar te ontdekken dat Bernhard, inmiddels ambassadeur van Nederland bij de Verenigde Naties, niet op eigen houtje in de Veiligheidsraad kan pleiten voor de erkenning van Tibet. Ondertussen ontdekt hij tot zijn verbijstering dat het daar verboden is huisafval op te rapen en in de vuilnisbak te gooien. Of dat een lunch 700 dollar kan kosten.

Die combinatie van goeiigheid en wereldvreemdheid is dé karaktereigenschap die de leden van De Saamhorigheidsgroep delen. Ze hebben het beste voor met vluchtelingen, Palestijnen en homo’s. Ze genieten met volle teugen van naakt volksdansen in de duinen of de knuffelrondes waarmee de vergaderingen beginnen. Tegelijk hebben ze niet in de gaten hoe naïef en zelfgenoegzaam ze zijn, met hun rigide schema’s van goed en fout. Of dat hun begaandheid met de wereld soms ten koste gaat van de begaandheid met hun naasten. Zelfs hun eigen kinderen worden op zijn best lichtelijk verwaarloosd.

De Boer laat dat zien in schitterende scènes. Een van de hoogtepunten is die keer dat Bernhard rechtstreeks van het ministerie naar de groep rijdt. “Bernhard! Wat zie jij eruit!”, roept een van hen dan geschokt uit. “Zozo! Meneer de bankdirecteur!”, hoont een ander. “Ik kan het niet aanzien... Ik word er helemaal naar van...”, wanhoopt een derde, die bijna flauwvalt. En waarom? Alleen omdat hij een pak draagt. Pas als hij zijn stropdas en jasje uit heeft gedaan, komt iedereen een beetje tot bedaren. “Het komt vast door je vader. Die droeg altijd een pak thuis”, probeert een vierde nog de emoties van haar vriendin te verklaren.

De Boers zinnen zijn precies geformuleerd, maar vestigen nooit de aandacht op zichzelf

Het eindresultaat is een licht satirische schets van een milieu, dat door het getoonde mededogen toch geloofwaardig en zelfs liefdevol te noemen is. Alle kritiek die erin doorklinkt, blijft mild. Zo is Ralf een oversekste maniak, die de vrijheid-blijheidsfeer in zijn omgeving gebruikt, of zelfs misbruikt, om zijn seksverslaving te botvieren. Maar hij verkracht niemand – al kun je eraan twijfelen of al zijn bedpartners wel écht toestemming hebben gegeven. Daardoor blijft zijn gedrag vooral lachwekkend. Zeker als je terugbladert naar het eerste deel, waar was verteld dat hij anno 2018 “pruiken verkoopt op de Kamasutrabeurs”.

De Boer weet zijn zedenschets bovendien goed verteerbaar te maken door, ten eerste, hem te verpakken in een sterke, met gevoel voor dosering uitgewerkte plot. Dat is het klassieke verhaal (zoals de auteur ook wel weet, getuige een verwijzing naar een boek van Toergenjev over hetzelfde thema) van de man die de verkeerde keuze maakt in de liefde en daar als oude man, terugblikkend op zijn bestaan, grote spijt van heeft – gekruid met de complicaties die voortvloeien uit de reden waarom Liza aanvankelijk op Bernhards hunkerende blikken ingaat. Zij wil een kind van hem omdat Tristan onvruchtbaar blijkt te zijn. Die gaat mee in het plan, maar zint daarna op wraak op Bernhard.

En dan is er De Boers stijl. Zijn heldere, soepele zinnen die precies geformuleerd zijn maar nooit de aandacht op zichzelf vestigen, zijn een genot om te lezen. Hij onthoudt de lezer dan wel taalkundig vuurwerk, maar je merkt aan de timing waarmee hij binnen een scène (bijvoorbeeld die met Bernhards pak) én in het overkoepelende verhaal (zoals de levensloop van Ralf) een grap uitserveert, dat hij heel goed weet wat hij doet – en er zo dus in slaagt om de Nederlandse taal naar zijn wil te buigen. Die ingetogen subtiliteit getuigt van een soort stilistische kwaliteit waar doorgaans te weinig waardering voor is.

De personages mogen dan wel te veel types in plaats van levensechte karakters zijn, De Saamhorigheidsgroep is er niet minder een boek om dat je in die ene spreekwoordelijke ruk uitleest.

Merijn de Boer, De Saamhorigheidsgroep, Querido, Amsterdam, 2020, 396 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.