Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

België versus Nederland: op zoek naar economische nuance
0 Reacties
© Unsplash / Scott Graham
© Unsplash / Scott Graham © Unsplash / Scott Graham
VL ⇄ NL
maatschappij

België versus Nederland: op zoek naar economische nuance

De Nederlandse bedrijven Jumbo, Albert Heijn, Bol.com en PostNL zijn uiterst actief én zichtbaar in België. Aan de andere kant nemen juist méér Belgische bedrijven Nederlandse firma’s over dan omgekeerd. Waarom kennen we hun namen dan niet? En waarom lopen Belgisch-Nederlandse fusies en overnames lang niet altijd van een leien dakje? Journalist Lieven Desmet vergelijkt de economieën van de Lage Landen. ‘Vlamingen zijn diffuser dan Nederlanders.’

Het lijkt soms wel of een oranje armada de Vlaamse steden en dorpen overrompelt: Nederlandse ondernemingen strijken neer en pikken gestaag marktaandeel in van hun Vlaamse concurrenten. Een Belgische gevestigde waarde als Colruyt moet stevig wedijveren met nieuwe supermarktconglomeraten als Jumbo of Albert Heijn om zijn DNA van “de goedkoopste” te kunnen blijven waarmaken. Volgens dataspecialist Locatus is Jumbo aardig bezig om het historische status-quo in de winkelstraten te wijzigen. De voorbije jaren zagen verscheidene Vlaamse bedrijven hun hoofdzetel al verhuizen naar boven de Moerdijk. Zo slokte Cleanlease de Groep Malysse op, actief in medisch textiel. Veevoederbedrijf Quartes kwam dan weer in handen van Agrifirm. Ook online shoppen Belgen zich te pletter via de digitale winkel Bol.com (hoofdkantoor: Utrecht). Waarna een PostNL bestelwagen dat fraais tot bij de deur brengt.

De geschiedenis herhaalt zich niet, zei Mark Twain, maar ze rijmt wel. Eind jaren 1990 zag een ontstellende reeks Belgische bedrijven zijn hoofdzetel verhuizen naar Parijs: Electrabel, de Generale Maatschappij, Petrofina, Tractebel, Cockerill. In een klein decennium liet België zich annexeren door de Franse haute finance. Vandaag, zoveel jaren later, zijn het de Nederlanders die de Belgische economische contreien als hun wingewest overschouwen. Of niet?

“De realiteit is, zoals vaak, veel genuanceerder”, zegt Koen Dejonckheere. Als gedelegeerd bestuurder van de Belgische investeringsmaatschappij Gimv heeft de burgerlijk ingenieur (UGent) met een professioneel leven in corporate finance en private equity een goed zicht op de Nederlandse en de Belgische economie. Hij begon zijn loopbaan bij de Nederlandse participatiemaatschappijen Nesbic en Halder, vooraleer hij bij Gimv terechtkwam. “Als Belg kreeg ik er de Franstalige dossiers in mijn bakje, want alle Belgen zijn uiteraard vanzelfsprekend tweetalig”, lacht Dejonckheere. Een verkeerde veronderstelling, gegroeid uit pure perceptie, en hij is niet de eerste die dat vaststelt.

Wederkerigheid

Volgens Koen Dejonckheere is er wat de huidige Nederlandse “overnamegolf” betreft sprake van reciprociteit, of wederkerigheid. Deze term uit de sociale psychologie omschrijft hoe iemand bepaalde acties interpreteert. Wie dichter inzoomt, ziet dat er in bedrijfseconomisch opzicht helemaal geen sprake is van een Nederlandse overnamegolf. Sterker, de slinger slaat zelfs licht door in de ándere richting. Uit cijfers van Mergermarket, een specialist in fusies en overnames, moet blijken dat Belgische bedrijven vaker Nederlandse ondernemingen overnemen dan omgekeerd. Als Belgische ondernemers hun blik op het buitenland richten voor een overname of fusie, dan zijn de noorderburen de geliefkoosdedanspartner. Het gemak van dezelfde taal speelt daarbij een doorslaggevende rol, blijkt uit onderzoek van Mergermarket. Nederlandse ondernemers lijken dan weer meer gecharmeerd te zijn van Duitsland, vanwege de marktomvang.

Als Belgische ondernemers hun blik op het buitenland richten, dan zijn de noorderburen de geliefkoosde danspartner

Dat mensen die oranje armada in de steden fysiek waarnemen, en de wederkerige overnames van landgenoten in Nederland veel minder, heeft een eenvoudige verklaring. Het gros van die overnames gebeurt in sectoren die bij het brede publiek niet zo bekend zijn. De klassieke Belgische KMO schrijft zich in als productiebedrijf in een hele keten van toeleveranciers. Bij de consument blijven dat onbekende bedrijven, terwijl ze onmisbaar zijn voor het eindproduct. In Duitsland bedacht academicus en consultant Hermann Simon (Simon-Kucher & Partners) daar de term hidden champions voor: relatief bescheiden maar in hun sector erg succesvolle bedrijven die verborgen blijven achter een gordijn van onopvallendheid. De Vlaamse, familiaal gedreven ondernemerscultuur telt heel wat van die verborgen kampioenen. Haast onzichtbaar voor de consument, onmisbaar voor het economische weefsel.

Belgen zijn geen merkenbouwers, maar goede producenten. Zo is het land Europees kampioen in de agrovoedingsindustrie. De ruime streek rond de Westhoek is uitgegroeid tot de bakermat van de Europese diepvriesgroente-industrie. Ook de hele tapijt- en textielindustrie die zich langs de E17 tussen Kortrijk en Gent heeft gevestigd is een baken van industriële productie. De E17 staat in Europa niet voor niks bekend als de “tapijtweg”. En dan zijn er nog de vele KMO’s die toeleveranciers zijn voor de automotivesector en talloze componenten maken voor de grote voertuigenconcerns.

De Vlaamse, familiaal gedreven ondernemerscultuur telt veel verborgen kampioenen

Alleen: knolraap, lof, schorseneren noch prei hebben een “merknaam”. Het enige fruit met een bekende naam, Chiquita, is een geïmporteerde banaan. De Britten zijn gek op Vlaamse tapijten, maar kopen dat anonieme vloerweefsel bij het Engelse Carpetright. En de vele onzichtbare elektronische chips die bijvoorbeeld Melexis maakt, komen uiteindelijk terecht in die nagelnieuwe Audi of BMW. Belgen zijn goed, zelfs heel goed, in produceren, maar veel minder in het vermarkten van wat ze dagelijks produceren. De spreekwoordelijke uitzondering is wellicht de opmerkelijke en erg zichtbare overnamegolf van Nederlandse kranten door Belgische mediabedrijven. Het Belgische Mediahuis werd eigenaar van NRC Handelsblad, De Telegraaf en een resem regionale titels. Ook concurrent DPG Media ging shoppen in het Nederlandse medialandschap en kocht titels als de Volkskrant, AD, Trouw, Het Parool en talloze regionale kranten.

Belgen zijn heel goed in produceren, maar veel minder in het vermarkten van wat ze produceren

Angelsaksisch model

Nederlanders zijn van oudsher een volk van handelaars en zeevaarders: die weten hun waar te verkopen. Dat is een boutade, maar het klopt wel. “Het handeldrijven zit in hun DNA”, zegt Koen Dejonckheere. En dat gaat terug tot de hoogdagen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), waardoor Nederlanders een meer internationaal gerichte blik hebben op handel. Terwijl het Belgische Sabena het Afrikaanse continent aandeed, vloog KLM de wijde wereld rond. Daarom ook kent iedereen Albert Heijn, Bol.com of PostNL. Logistiek is de verlengarm van handeldrijven, het is er de raison d’être van. Daarom is Nederland ook de winnaar in de e-commerce. Die slag om de Lage Landen hebben ze gewonnen. Nederland is dan ook het meest Angelsaksische land van het Europese vasteland. In de competitiviteitsrangschikking van het Wereld Economisch Forum staat Nederland op de vierde plaats, voor Singapore. België moet het stellen met plaats 24, tussen Korea en Maleisië. Volgens hoogleraar Henk Volberda dankt Nederland die hoge score aan zijn snelgroeiende economie en de aandacht voor ondernemerschap in het onderwijs.

Dat Angelsaksische model en het zuinige protestantisme lijken oppervlakkigheden en gemakkelijke clichés, maar het zijn bedrijfstechnisch relevante pijlers. Het vormt zelfs het fundament van de kapitaalvorming. Anders dan België kent Nederland het systeem van grote pensioenfondsen, die belangrijke aandeelhouders zijn van de lokale economie. Dat maakt hen tot reuzeverankeraars. Dat is België kwijtgeraakt: de fameuze Belgische holdings zijn verdampt in de nevelen van de geschiedenis. In Nederland zijn de pensioenfondsen de kurk waar de economie op drijft. Die praktijk overstijgt vele generaties, zorgt voor een fors kapitaliserend vermogen van de Nederlandse ondernemingen en voor een zuiverder bedrijfsvoering.

Terwijl in België veelal de ondernemer en de familie zelf de controle in handen houden, kent Nederland de cultuur van stichtingen die de bedrijfsvoering aansturen. Dat maakt een groot verschil in het zogeheten ownership. En het zorgt er bijvoorbeeld ook voor dat Nederlanders sneller externen zullen binnenhalen, als dat in het belang van de onderneming is. De dedutchifying van Nederlandse concerns is er veel minder taboe dan in België. En zo kan het dat iconische Nederlandse bedrijven geleid kunnen worden door… Belgen. Jean-François van Boxmeer was vijftien jaar lang CEO van hét oer-Hollandse biermerk Heineken. Frank Meysman stond jarenlang aan het hoofd van het koffieconcern Sara Lee/Douwe Egberts. Ook bankier Michel Tilmant (ING), Kurt Staelens (ex-Macintosh) en Thierry Vanlancker (AkzoNobel) leidden Nederlandse concerns.

In de competitiviteitsrangschikking van het Wereld Economisch Forum staat Nederland op 4, België moet het stellen met plaats 24

Volgens de NKVK hebben Belgische managers een groot vermogen voor het sluiten van compromissen. Ze hebben minder de neiging om op het voorplan te treden, maar krijgen de dingen wel gedaan.

Dat werkt niet (altijd) in omgekeerde richting, zo blijkt. Toen de samensmelting van de Nederlandse supermarktgroep Ahold en zijn Belgische evenknie Delhaize afgerond werd, bleek dat het eigenlijk een pure overname was door de Nederlanders. Alleen mocht dat zo niet genoemd worden. Dat werd voor de buitenwacht pas duidelijk toen de Belg Denis Knoops na één jaar opzijgeschoven werd als CEO van Delhaize. “Cultuurkloof nekt Belgische topman”, lazen we op 8 september 2017 in de Volkskrant. Vooral het verschil in werknemers tussen beide bedrijven bleek lastig te liggen. Waar Nederland een grotere flexibele schil kent van (goedkope) scholieren en flexwerkers, is het werknemersbestand in België veel stugger. En toen Bpost te openlijk PostNL het hof maakte, raakte zelfs het Haagse Binnenhof gealarmeerd. Dat was het sein voor Michiel Boersma, president-commissaris van PostNL, om de vlucht vooruit te kiezen. Hij wilde na het uitlekken van de gesprekken – een bewust manoeuvre van de Belgische minister van overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS)? – vooral vermijden dat het Nederlandse postbedrijf een speelbal zou worden van speculatie en politiek. Slotsom: hij trok de stekker uit het overleg.

Psychisch territorium

“We delen een staatsgrens van haast 450 kilometer, waar aan beide zijden nagenoeg dezelfde taal wordt gesproken. Toch zijn er gigantische verschillen”, analyseerde Marinel Gerritsen van de Radboud Universiteit Nijmegen stellig in het tijdschrift Neerlandia. De emeritus professor interculturele bedrijfscommunicatie merkt haast schamper op dat er speciale cursussen zijn voor Nederlanders die in Vlaanderen werken. De Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg (NKVK) wijdt een specifieke gids aan de cultuurverschillen voor ondernemers die zaken willen doen over de grens. De voormalige Nederlandse ambassadeur Henne Schuwer, die liefst dertien jaar Brussel als uitvalsbasis had, zei in NRC Handelsblad: “We verstaan Belgen, maar begrijpen ze niet.” En wie kent niet de Nederlandse organisatiepsycholoog Geert Hofstede? Op basis van zijn cultuurvergelijkende waardenonderzoek kwam hij tot de constatatie dat geen twee landen met een gemeenschappelijke grens en taal zo verschillend zijn als België en Nederland.

Die verschillen worden de ene keer uitvergroot, een andere keer gebagatelliseerd. Generaliseren doet mensen onrecht aan, maar toch: Belgen wordt een meer Latijnse cultuur toegedicht, terwijl de Nederlanders een meer Germaans Europa zouden aanhangen volgens Geert Hofstedes model. Belgen mijden conflict, terwijl het in Nederland juist van respect zou getuigen wanneer verschillen transparant op tafel komen te liggen. In de bedrijfscultuur zorgt dat voor een veel minder hiërarchisch denkpatroon bij de Nederlanders. De machtsafstand ligt in België hoger dan in Nederland, dat dan ook een land is met een notoir platte structuur. Belgen houden ook van die scheidingslijn en verwachten richtlijnen van hun overste. Daar zit ook een particularistisch kantje aan: als de baas meekijkt over de schouder, kan hij achteraf niet zeggen dat hij van niks wist als het misloopt.

Waar Belgen wetten en regels meer naar eigen inzicht interpreteren, houden Nederlanders zich veel strikter aan de wet

Volgens Marinel Gerritsen zijn Vlamingen ook diffuser dan Nederlanders. Dat uit zich in werkrelaties die een ruimer psychisch territorium omhelzen. Een Vlaming wil meer weten van zijn zakenrelatie dan wat strikt noodzakelijk is. De traditie van zakenlunches is bedoeld om elkaar beter te leren kennen. Zelfs de persoonlijke ruimte is kleiner, wat maakt dat de persoonlijke afstand tussen communicatiepartners in Vlaanderen kleiner is dan bij Nederlanders, aldus Gerritsen. Het fysieke territorium daarentegen is dan weer groter: het huis wordt beter afgeschermd, met gordijnen en luiken, terwijl de doorsnee-Nederlander iedereen laat binnenkijken in zijn doorzonwoning.

De verhouding tegenover de overheid is in beide landen ook helemaal anders. Nederland wordt binnen Europa tot de strengere noordelijke landen gerekend, die hun zaken graag op orde zetten. Het dak herstellen wanneer de zon schijnt. België hangt een meer zuidelijke stijl aan, retour au coeur, wat vaak met een prijskaartje komt. België is ook meer gesyndiceerd en verzuild, terwijl het Nederlandse poldermodel zorgt voor een doorgedreven overleg en debatcultuur. Dat begint al op de schoolbanken. Belgen vertrouwen hun overheid ook minder, en al helemaal niet op het vlak van financiën en pensioenen.

Een Vlaming wil meer weten van zijn zakenrelatie dan wat strikt noodzakelijk is

Het bruto binnenlands product per capita is in beide landen dan weer nagenoeg gelijk. We zijn ook ongeveer even welstellend. En op het vlak van spaarreserves is er evenmin een opmerkelijke kloof te bespeuren. Alleen staan die reserves bij de Belg op zijn spaarrekening, terwijl het bij Nederlanders in hun pensioenfonds zit. Daardoor komen die financiële reserves meer rechtstreeks in de Nederlandse economie terecht, waar het in België via het bancaire systeem moet vloeien door kredieten van banken aan ondernemingen.

We hebben elk een andere eigen weg gekozen, besluit Koen Dejonckheere. “We staan economisch ongeveer even ver. Maar Nederland heeft de perceptiestrijd gewonnen.”

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.