Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Woonwagenbewoners zijn in Nederland beter beschermd dan in Vlaanderen
0 Reacties
Sjereno Cörvers
Sjereno Cörvers Sjereno Cörvers
VL ⇄ NL
samenleving

Woonwagenbewoners zijn in Nederland beter beschermd dan in Vlaanderen

Nederland en België kregen tien jaar geleden stevige tikken op de vingers wegens mensenrechtenschending van woonwagenbewoners. In Nederland dwong de gemeenschap sindsdien haar rechten af. Maar in Vlaanderen leeft de vergeten groep in precaire omstandigheden.

Woonwagenbewoners koesteren wantrouwen tegenover journalisten. Media schrijven vaak negatieve verhalen over mensen van de reis. “Ik ben ook een kamper”, luidt mijn poging om Tina Drutti, een Vlaamse kermismens en bestuurder van woonwagenorganisatie Ons Leven, te overtuigen van mijn oprechte intenties. Ze gaat akkoord met een interview, maar ik krijg er een preek bij. “Hitler is dood. Waarom noemen jullie jezelf in Nederland toch ‘kampers’?”

Die opmerking zet mij aan het denken over de verschillen tussen België en Nederland.

In 2012 kreeg België een tik op de vingers van het Europees Comité voor de Sociale Rechten (ECSR) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het beschermde woonwagenbewoners onvoldoende tegen armoede en uitsluiting. Twee jaar later stelde de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) dat België de woonwagencultuur niet voldoende faciliteerde.

‘Hitler is dood. Waarom noemen jullie jezelf in Nederland toch kampers?’ – Tina Drutti, bestuurder van woonwagenorganisatie Ons Leven

Ook Nederland ontving in 2013 een veroordeling van ECRI. Voornamelijk vanwege de zorgelijke huisvestingssituatie van mensen van de reis. Het advies van de Europese instituties aan zowel België als Nederland was om meer standplaatsen te realiseren. Dat leidde in Nederland tot verbetering van de levensomstandigheden, maar niet in Vlaanderen.

Woonwagenbewoners in soorten en maten

Zelf ben ik grootgebracht op een Nederlands woonwagenterrein. ‘Kamper’ en ‘woonwagenkamp’ gebruiken we zonder na te denken over de pejoratieve lading van de termen. Ik ben een voyageur (in Nederland: reiziger), deel van de groep van oorspronkelijke inwoners die in de negentiende eeuw om economische redenen een woonwagen betrokken.

Er zijn nog twee categorieën: Manoesjen en Roms (in Nederland: Sinti en Roma). Manoesjen en Roms komen uit India en arriveerden in de vijftiende en negentiende eeuw in de Lage Landen. Roma kwamen pas in de jaren negentig van de vorige eeuw naar onze contreien en ze wonen niet in woonwagens. In België zijn Roma dan ook onderscheiden van Roms, in Nederland vallen ze onder één groep.

In Nederland wonen er ongeveer zestigduizend woonwagenbewoners, in Vlaanderen en Brussel samen ongeveer tienduizend.

Uitsterfbeleid

In 1968 voerde Nederland een trekverbod in. Dat moest leiden tot assimilatie, verbetering van het welzijn en meer zicht op de groep. Het idee was ook dat een vaste plek zorgt voor betere voorzieningen.

In 2006 publiceerde het Ministerie van Volkshuisvesting (VROM) een leidraad voor het ontwikkelen van een beleidsvisie op woonwagenbewoners en -locaties. Een van de voorstellen was het uitsterfbeleid. Als een woonwagenbewoner overleed, mocht de plaats niet opnieuw bezet worden. Sjoerd Jaasma, woonwagenadvocaat, voorspelde dat de woonwagencultuur op die manier binnen vijftig jaar zou verdwijnen.

Johan Remkes, destijds staatssecretaris van VROM, schatte in 2002 dat er 2.500 plaatsen te kort waren. Een schatting aan de lage kant omdat niet alle woonwagenbewoner op de radar van de overheid stonden. Ondertussen verdwenen de standplaatsen in rap tempo.

Keerpunt in Nederland

“2013 was in Nederland een keerpunt”, vertelt Janus Blouw, een Nederlandse woonwagenbewoner. De ECRI wees dat jaar op de zorgelijke ontwikkelingen betreffende huisvesting. In de daaropvolgende jaren bekritiseerde het College van de Rechten van de Mens (CRM), het Nederlandse mensenrechteninstituut, twee gemeenten voor de discriminatoire behandeling van woonwagenbewoners.

Ook oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat wonen in een woonwagen en in familieverband een essentieel kenmerk was van gens du voyage. Het uitsterfbeleid stond daarom haaks op artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat iedereen het recht geeft op respect voor zijn familieleven en woning.

Nederlandse mensen van de reis zijn zich de jongste tien jaar meer bewust van hun culturele identiteit en dwingen rechten af

De veroordelingen zorgden voor het ontwaken van de woonwagengemeenschap. De Vereniging Behoud van de Woonwagencultuur in Nederland zorgde ervoor dat de woonwagencultuur als immaterieel cultureel erfgoed werd erkend in 2014. Mensen van de reis werden zich meer bewust van hun culturele identiteit en dwongen rechten af.

In 2017 verscheen een rapport van de Nationale Ombudsman met opnieuw een kritisch oordeel: de overheid discrimineert en beschermt de culturele identiteit van mensen van de reis onvoldoende.

In 2018 demonstreerden woonwagenbewoners vreedzaam in veertig gemeenten. Uiteindelijk herzag de minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren het uitsterfbeleid. Haar ministerie maakte een beleidskader voor gemeenten waarin het de groepsrechten van woonwagenbewoners benadrukte.

Hardnekkige problemen

Dat het beleid op papier is verbeterd, betekent niet dat alle problemen in de praktijk zijn opgelost. De stichting Woonwagenbelangen Nederland schat het standplaatsentekort in 2023 op achtduizendvijfhonderd. Sinds 2018 zijn er slechts negenenveertig plaatsen bijgekomen, blijkt uit een meting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in datzelfde jaar.

‘We worden zo vaak gediscrimineerd. Vooroordelen over woonwagenbewoners bestaan al eeuwen’ – woonwagenbewoner Jackie Pfeifer

Volgens de Huisvestingswet moeten mensen in Nederland zich “vrijelijk kunnen vestigen”. Maar door het tekort aan standplaatsen is die vrijheid in het geding.

“Ook wij hebben recht op vestigingsvrijheid”, zegt de Nederlandse voyageur Jackie Pfeifer strijdbaar. “We worden zo vaak gediscrimineerd. Vooroordelen over woonwagenbewoners bestaan al eeuwen.” Ze zijn crimineel, arm, asociaal. Je past er beter voor op. Vijfenveertig procent van de Europese burgers wil liever geen woonwagenbewoners als buur volgens een enquête van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA).

Nederlandse woonwagenbewoners leven zo’n tien jaar korter dan de gemiddelde Nederlander. Voor Belgen is dat veertien jaar korter dan de gemiddelde Belg

Er is ook maar één bank die hypotheken verstrekt voor woonwagens of standplaatsen, onder strenge voorwaarden. Gedupeerde van dat strenge hypotheekbeleid Tysean Cörvers, mijn nichtje, betreurt dat “het zo moeilijk is om volgens onze culturele voorkeuren te wonen, dat we in stenen huizen worden geduwd. Het is een verkapt uitsterfbeleid.”

Nederlandse mannelijke woonwagenbewoners leven volgens het FRA in 2020 dertien jaar korter dan de gemiddelde Nederlander. Voor vrouwen is dat acht jaar.

Neerwaartse spiraal in Vlaanderen

Al is er ook in Nederland nog een lange weg te gaan, de bescherming van woonwagenbewoners is er in de afgelopen jaren wel verbeterd. Dat is in Vlaanderen niet het geval. Hoewel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2012 had geadviseerd meer standplaatsen te realiseren, zijn die er nauwelijks gekomen. Volgens verschillende betrokken organisaties zijn de Vlaamse gemeenten juist strenger gaan optreden tegen niet vergunde standplaatsen.

De overheid moest van het Hof een actieplan formuleren. In reactie daarop voorzag Vlaanderen op aanvraag subsidies voor gemeenten om woonwagenterreinen te kunnen aanbieden. Maar dat bleef bij een papieren realiteit. “Zodra het woord ‘woonwagen’ valt, klappen gemeenten dicht”, beklaagt Hilde Degol, woonwagenwerker in Vlaanderen.

‘Zodra het woord woonwagen valt, klappen gemeenten dicht’ – Hilde Degol, woonwagenwerker in Vlaanderen

De terreinen voor woonwagenbewoners liggen vaak afgescheiden van de samenleving. Rondreizende woonwagenbewoners hebben te weinig plaatsen om tijdelijk te landen. “Eigenlijk draaien ze altijd cirkeltjes tussen de weinige doortrekkersterreinen. Of dat nu trekvrijheid is”, vraagt Degol zich af.

De meesten reizen gedwongen rond door het tekort aan standplaatsen. Vooral Roms reizen vrijwillig, vaak in de warmere maanden van het jaar. Ongeveer drie procent van de Vlaamse en Brusselse gens du voyage reist het hele jaar door rond, stelt Koen Geurts, directeur van een Brusselse organisatie voor woonwagenbewoners, in een boek over mensen van de reis. Manoesjen en Voyageurs reizen amper nog.

Voor wie zich afvraagt wat een woonwagenbewoner die niet reist onderscheidt van een ‘gewone’ burger: verblijven op een permanente standplaats op een woonwagenterrein is echt iets anders dan wonen in een huis. De mensen op het terrein zorgen voor elkaar. Niemand gaat naar een crèche of een verzorgingstehuis. Het is in feite één grote familie waarbij iedereen onaangekondigd bij elkaar binnen loopt en er een sterk gevoel van solidariteit heerst.

Een hypotheek voor een wagen is in België alleen in dromen mogelijk. Een nieuwe wagen kost tussen de 30.000 en 150.000 euro.

‘Aan burgers vragen ze wat ze ervan vinden als er een terrein komt. Waarom vragen ze niet wat wij ervan vinden dat er huizen komen?’ – Tina Drutti, bestuurder van woonwagenorganisatie Ons Leven

Anno 2024 zijn er amper nieuwe terreinen aangelegd, het aantal uitbreidingen is verwaarloosbaar. Het Minderhedenforum schatte het standplaatsentekort in 2019 op duizend. Waarschijnlijk is dat een conservatieve schatting. De wachttijd bedraagt minimaal tien jaar, maar er zijn gevallen van mensen die al dertig jaar op de wachtlijst staan. Veel gemeenten hebben niet eens een wachtlijst.

Sinds 1 januari 2024 bestaat de subsidieregeling niet meer, omdat gemeenten er geen gebruik van maakten. De reden van het uitblijven van de aanvragen is dat lokale bestuurders bang zijn voor boze burgers. “Aan burgers (huisbewoners, red.) vragen ze wat ze ervan vinden als er een terrein komt. Waarom vragen ze niet wat wij ervan vinden dat er huizen komen”, vraagt Drutti zich af.

Ook economische overwegingen spelen een rol volgens Rik Reusen, beleidsmedewerker bij mensenrechtenorganisatie UNIA. “Het is cynisch, maar er zijn economisch betere manieren om een stuk grond te ontwikkelen.”

Discriminatie

Een opvallend verschil met Nederland is dat Belgen mogen rondtrekken. Maar veel mensen van de reis trekken tegen hun zin rond door het tekort aan permanente standplaatsen. In 2014 staat er in een knelpuntennota van het kinderrechtencommissariaat: “Rondtrekkende woonwagenbewoners worden vaak verdreven zonder alternatief.”

Daardoor komen de rechten van de kinderen in het gedrang: onderwijs, gezondheidszorg zijn lastig en er heerst armoede. In 2020 volgt in Vlaanderen nog altijd geen enkel kind van rondtrekkende woonwagenbewoners regelmatig onderwijs. Ahmed Ahkim, oprichter van Centre de Médiation des Gens du Voyage et des Roms, verkondigt dat “het een schande is voor een welvarend land als België dat er burgers zijn die niet kunnen lezen en schrijven”. In Wallonië managet zijn organisatie op kleine schaal al twintig jaar een mobiel leslokaal.

In 2019 vond er een politieactie plaats. Duizendtweehonderd agenten vielen woonwagenlocaties in heel België binnen. Ze namen negentig woonwagens in beslag. Ook onschuldigen die dezelfde achternaam droegen als verdachten van autozwendel verloren hun woning. Het duurde soms maanden voordat ze de wagen terugkregen.

Sinds 2021 vallen gens du voyage niet meer onder specifieke wetgeving. Woonwagenbewoners zijn als speciale doelgroep geschrapt uit het integratiedecreet, terwijl het Europees Hof juist stelt dat “ongelijke behandeling van ongelijke gevallen” geoorloofd is en soms nodig is.

In een enquête van FRA uit 2020 staat dat woonwagenbewoners gemiddeld veertien jaar korter leven dan de gemiddelde Belg en dat eenentwintig procent van de woonwagenkinderen in ernstige materiële armoede leeft. “Als je de vlag van inclusie zwaait zonder die in de realiteit te bewerkstelligen, sluit je mensen uit,” aldus Reusen.

Geen groepsgevoel

Drie verschillen tussen Vlaanderen en Nederland verklaren volgens Reusen de verscheidenheid in aanpak. De eerste is dat er onder de verschillende groepen in Vlaanderen geen groepsgevoel bestaat. Daardoor is er geen sprake van een gedeelde politieke of maatschappelijke strijd. In Nederland bestaan er meerdere overkoepelende bottom-up belangenorganisaties.

Daarnaast heeft Nederland een sterk mensenrechteninstituut dat uitspraken doet over concrete situaties: het CRM. In Vlaanderen ontsproot recentelijk het Vlaams Mensenrechteninstituut. Dat is zo jong dat het nog weinig betekent.

De wegkijkende bestuurscultuur in Vlaanderen leidt ertoe dat een kwetsbare groep langzaam in de vergetelheid verdwijnt

Ten slotte de bestuurscultuur. Na het rapport van de Ombudsman in 2017 schiet de Nederlandse overheid in gang met het beleidskader en het afschaffen van het uitsterfbeleid. Als Vlaanderen een vermaning krijgt van de ECRI, wijst de overheid op de – niet gebruikte – subsidieregeling voor gemeenten. België kijkt vaker weg bij veroordelingen volgens Reusen. “Er zijn al tig uitspraken van de rechtbank met dwangsommen wegens de behandeling van asielzoekers. Die negeert de overheid ook gewoon.”

Die wegkijkende bestuurscultuur leidt ertoe dat er geen groepsrechtsbescherming meer is voor woonwagenbewoners, dat er nog altijd geen nieuwe standplaatsen bijkomen en dat een kwetsbare groep langzaam in de vergetelheid verdwijnt.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.